ECLI:NL:RVS:2003:AF8932
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing huursubsidie wegens vermeende te late indiening aanvraag
Appellante diende een aanvraag in voor huursubsidie voor de periode van 1 juli 1999 tot 1 juli 2000. De Staatssecretaris wees de aanvraag af voor het tijdvak 1 juli 1999 tot 1 november 1999 wegens te late indiening bij de gemeente. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betwist appellante dat de aanvraag te laat is ingediend. Zij stelde dat de aanvraag op 24 september 1999 persoonlijk bij de gemeente aan de balie is afgegeven, terwijl de Staatssecretaris zich baseerde op een stempel van 5 oktober 1999 en een handgeschreven aantekening van onduidelijke herkomst.
De Raad van State oordeelde dat de Staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de ware datum van indiening, zoals vereist op grond van artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft dit miskend door het stempel en de aantekening zonder nader onderzoek als beslissend bewijs te aanvaarden.
Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank en het besluit van de Staatssecretaris vernietigd. De Minister is opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens is de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en vonnis vernietigd en de Minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.