ECLI:NL:RVS:2003:AF8620
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor uitbreiding grondwateronttrekking bij kaasproductie niet onrechtmatig
Bij besluit van 2 december 2002 verleende gedeputeerde staten van Gelderland een vergunning aan Frico Cheese Varsseveld B.V. voor het onttrekken van 90.000 m3 grondwater per kwartaal en 320.000 m3 per jaar, een uitbreiding van 50.000 m3 per jaar ten opzichte van de eerdere vergunning. Appellant, eigenaar van een nabijgelegen landgoed, betoogde dat deze uitbreiding tot verdere verdroging zou leiden en dat de grondwaterstanden al te laag waren, verwijzend naar hydrologische rapporten.
Verweerder stelde dat de uitbreiding binnen de provinciale beleidskaders viel en dat de verlaging van de grondwaterstand beperkt bleef tot 5 à 7 centimeter na dertig jaar, wat gezien de natuurlijke fluctuaties gering is. Tevens werd gewezen op de efficiëntieverbetering door concentratie van productieactiviteiten en het feit dat de totale onttrekking in de provincie hierdoor afneemt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vergunningverlening redelijk was en niet in strijd met het provinciaal Waterhuishoudingsplan, en dat de door appellant aangevoerde bezwaren onvoldoende waren om de vergunning te weigeren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor uitbreiding van grondwateronttrekking is ongegrond verklaard.