ECLI:NL:RVS:2003:AF7644
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake aanschrijving kandelaren berk wegens hinder
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam schreef verzoeker aan om binnen acht weken de berk op het achtererf te kandelaren vanwege ernstige hinder voor gebruikers van een nabijgelegen pand. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het college onzorgvuldig had gehandeld en dat een kapvergunning vereist was.
In hoger beroep stelde het college dat het kandelaren in de winterperiode mogelijk is zonder verhoogd risico op ernstige beschadiging van de berk, en dat de situatie geen uitstel gedoogde vanwege de ernstige hinder. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college zich op redelijke gronden kon baseren op deskundigenadviezen die het kandelaren in de winterperiode toestonden en dat het besluit niet in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Verder werd geoordeeld dat het kandelaren niet gelijkgesteld kan worden aan het vellen van de boom, zodat geen kapvergunning vereist is. Ook was sprake van een situatie die geen uitstel gedoogde, mede doordat verzoeker eerder was gewezen op de hinder en de mogelijkheid tot kandelaren in de zomer. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het besluit tot aanschrijving tot kandelaren van de berk blijft in stand.