ECLI:NL:RVS:2003:AF7634
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij bezwaar tegen vergunningverlening
Het openbaar lichaam Recreatieschap voor het gebied van Nederrijn, Lek en Waal heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die het bezwaar tegen een vergunningverlening door de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat ongegrond verklaarde. De vergunning betrof het bouwen van 44 recreatiewoningen in het winterbed van de Maas, waarvan 22 nog gerealiseerd moesten worden.
Eerder had de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van Hanzeland, de aanvrager van de vergunning, gegrond verklaard en het beroep inhoudelijk ongegrond. Hierdoor werd het besluit van 4 maart 1999, dat het bezwaar van Hanzeland ongegrond verklaarde, onherroepelijk. Gezien dit eerdere oordeel en het feit dat het Recreatieschap geen aanvullend belang had bij de beoordeling van het hoger beroep, werd het beroep van het Recreatieschap niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
De Afdeling zag daarom af van een inhoudelijke beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaar en wees een proceskostenveroordeling af. Het hoger beroep werd uitgesproken op 23 april 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Recreatieschap wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.