ECLI:NL:RVS:2003:AF7628
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.B. van der Meer
- F.P. Zwart
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging bouwvergunning voor kantoortoren wegens parkeervoorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verleende een bouwvergunning voor de bouw van een kantoortoren op het Walterboscomplex. Tegen deze vergunning werd bezwaar gemaakt en beroep ingesteld bij de voorzieningenrechter, die de vergunning deels vernietigde vanwege onvoldoende parkeerplaatsen volgens artikel 2.5.30 van de Bouwverordening 1996.
Het college en appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Het college betoogde dat de voorwaarde tot het realiseren van minimaal 886 parkeerplaatsen terecht was gesteld en in overeenstemming met artikel 56, derde lid, van de Woningwet. Appellanten sub 2 voerden aan dat er één vergunning had moeten worden verleend voor zowel het kantoorgebouw als de parkeergarage en dat de parkeergarage in strijd was met het bestemmingsplan.
De Raad van State oordeelde dat de voorwaarde tot het realiseren van voldoende parkeerplaatsen een rechtstreeks verband houdt met de bescherming van de belangen waarvoor de vergunning is verleend. De Raad verwierp het betoog dat één vergunning vereist was en stelde vast dat de benodigde parkeerplaatsen uiterlijk bij ingebruikneming van het gebouw beschikbaar moeten zijn. Het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard, het beroep van appellanten sub 2 ongegrond, en de uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd voor zover deze de voorwaarde inzake de parkeerplaatsen betrof.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 23 april 2003 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd voor zover de voorwaarde inzake minimaal 886 parkeerplaatsen werd vernietigd.