ECLI:NL:RVS:2003:AF7626
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning veehouderij wegens onvoldoende motivering stankhinder quarantainestal
Het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden verleende op 27 augustus 2002 een revisievergunning voor een veehouderij. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege geluid- en stankhinder.
De Raad van State oordeelde dat het beroep van appellante sub 2 inzake bodemverontreiniging niet-ontvankelijk was omdat zij geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit had ingebracht. Verder werd geoordeeld dat de wijziging van de aanvraag na terinzagelegging was toegestaan omdat deze uitsluitend positieve milieueffecten had en geen belangen van derden schaadde.
Ten aanzien van geluidhinder stelde de Afdeling vast dat de grenswaarden in het voorschrift overeenkwamen met het referentieniveau van het omgevingsgeluid, dat aannemelijk werd geacht 45 dB(A) te bedragen. Het akoestisch rapport werd als betrouwbaar beoordeeld. Voor stankhinder werden diverse bezwaren van appellanten onderzocht; onder meer werd geoordeeld dat de pompput en het houden van paarden geen onaanvaardbare hinder veroorzaakten. Echter, voor de quarantainestal G werd vastgesteld dat de vergunningverlening onvoldoende gemotiveerd was omdat de afstand tot woningen was verkort en stankhinder niet kon worden uitgesloten.
De Raad van State verklaarde het beroep deels gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de vergunning voor de quarantainestal betrof, en veroordeelde het college tot betaling van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt gedeeltelijk vernietigd voor de quarantainestal wegens onvoldoende motivering omtrent stankhinder.