ECLI:NL:RVS:2003:AF7351
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- R.H. Lauwaars
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanwijzing IJmeer als speciale beschermingszone wegens ontvankelijkheidskwesties
Bij besluit van 24 maart 2000 heeft de Staatssecretaris het IJmeer aangewezen als speciale beschermingszone (SBZ) op grond van de Vogelrichtlijn en opgenomen in de lijst van watergebieden van internationale betekenis volgens de Wetlands-Conventie. Appellanten, waaronder de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV) en Recron, hebben bezwaar gemaakt tegen dit besluit en vervolgens beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat Recron en Vereniging Hiswa niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt omdat zij geen eigen algemeen of collectief belang bij het besluit hebben. Hierdoor zijn hun bezwaren niet-ontvankelijk verklaard en het besluit voor zover op hun bezwaren betrekking hebbend vernietigd. De overige beroepen zijn ongegrond verklaard.
De Afdeling heeft uitgebreid de selectie- en begrenzingscriteria van de SBZ beoordeeld, waarbij is vastgesteld dat deze op ornithologische gronden zijn gebaseerd en voldoen aan de Vogelrichtlijn. Niet-ornithologische belangen, zoals agrarische en recreatieve belangen, mogen geen rol spelen bij de aanwijzing. Ook is geoordeeld dat het ontbreken van een nadeelcompensatieregeling niet leidt tot onrechtmatigheid van het besluit. Tenslotte is de proceskostenveroordeling ten gunste van appellanten sub 2 uitgesproken.
Uitkomst: Het besluit tot aanwijzing van het IJmeer als speciale beschermingszone wordt vernietigd voor zover het bezwaar van Recron en Vereniging Hiswa ontvankelijk is verklaard; hun bezwaren worden niet-ontvankelijk verklaard.