ECLI:NL:RVS:2003:AF7350
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- R.H. Lauwaars
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanwijzingsbesluit Broekvelden/Vettenbroek als speciale beschermingszone wegens ontvankelijkheidsproblemen
De zaak betreft het beroep tegen het besluit van 24 maart 2000 waarbij het gebied Broekvelden/Vettenbroek is aangewezen als speciale beschermingszone (SBZ) op grond van de Vogelrichtlijn en de Wetlands-Conventie. Diverse appellanten, waaronder de Federatie Particulier Grondbezit, Recron en de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, stelden bezwaren tegen deze aanwijzing en tegen de daarop volgende beslissing op bezwaar van 18 juli 2002.
De Raad van State oordeelt dat de Stichting Waterrecreatie IJsselmeer en Randmeren niet-ontvankelijk is wegens het niet maken van bezwaar tegen het oorspronkelijke aanwijzingsbesluit. Verder wordt vastgesteld dat Recron en de Vereniging Hiswa niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt omdat zij slechts individuele belangen van hun leden behartigen en geen collectief belang. Daarom zijn hun bezwaren ten onrechte ontvankelijk verklaard en worden deze niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de selectie- en begrenzingscriteria voor de SBZ, gebaseerd op ornithologische criteria en wetenschappelijke gegevens zoals de IBA-lijsten, niet onredelijk zijn en in overeenstemming met de Vogelrichtlijn. Niet-ornithologische belangen, zoals agrarische en recreatieve belangen, mogen bij de aanwijzing niet worden meegewogen. Ook het ontbreken van een nadeelcompensatieregeling leidt niet tot onrechtmatigheid van het besluit. Ten aanzien van de gebiedsspecifieke bezwaren over dubbeltellingen en begrenzing wordt het besluit eveneens bevestigd.
De beroepen van appellante sub 1 en een deel van appellanten sub 2 worden gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover het hun betreft, en de bezwaren van de Federatie Particulier Grondbezit, Recron en Vereniging Hiswa worden niet-ontvankelijk verklaard. De overige beroepen worden ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellanten sub 1 en sub 2.
Uitkomst: Het aanwijzingsbesluit wordt vernietigd voor appellanten met ontvankelijkheidsproblemen en bevestigd voor de overige beroepen; proceskosten worden toegewezen aan appellanten sub 1 en sub 2.