ECLI:NL:RVS:2003:AF7344
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ontheffing lozen spoelwater op landbouwbodem
Appellant verzocht om ontheffing van het lozingsverbod op grond van artikel 25 van Pro het Lozingenbesluit bodembescherming voor het lozen van spoelwater, regenwater en huishoudelijk afvalwater op landbouwgrond. Verweerder weigerde de ontheffing op grond van een onvolledige aanvraag, omdat essentiële gegevens over de samenstelling van chloor en compostresten ontbraken.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de aanvraag onvoldoende gegevens bevatte om te beoordelen of de stoffen in het spoelwater voldeden aan de streefwaarden uit de circulaire van 4 februari 2000, zoals vereist voor ontheffing. Verweerder had appellant de mogelijkheid moeten bieden om de aanvraag aan te vullen volgens artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Omdat verweerder dit niet heeft gedaan en ook niet op andere wijze de noodzakelijke informatie heeft verkregen, oordeelde de Afdeling dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een volledige aanvraag en de verplichting van bestuursorganen om aanvragers in de gelegenheid te stellen ontbrekende gegevens aan te vullen alvorens een besluit te nemen.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Cuijk wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en schending van het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.