ECLI:NL:RVS:2003:AF7074
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onjuiste toepassing inkomenseis
Appellant heeft een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf, welke door de Minister van Buitenlandse Zaken is afgewezen op grond van onvoldoende duurzame middelen van bestaan bij de persoon bij wie appellant wil verblijven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat de minister ten onrechte artikel 3.75, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 heeft toegepast, terwijl artikel 116 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 bepaalt dat de inkomenseis gedurende drie jaar na inwerkingtreding van de wet niet van toepassing is op vreemdelingen die reeds waren toegelaten.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij de juiste wettelijke normen in acht worden genomen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.