ECLI:NL:RVS:2003:AF7022
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Alkema
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwvergunning wegens onjuiste wetsgrondslag
Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal verleende op 26 maart 2002 een bouwvergunning voor de vergroting van een winkel, waarbij tevens een vrijstelling werd verleend op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 2 juli 2002 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank te Breda verklaarde het beroep van appellant op 5 september 2002 ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college ten onrechte het besluit had getoetst aan de gewijzigde versie van artikel 19, derde lid, WRO, die pas op 3 april 2000 in werking trad, terwijl de aanvraag om bouwvergunning was ingediend op 5 augustus 1999. Hierdoor was het besluit in strijd met de destijds geldende wetsbepaling genomen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. Hiermee werd het besluit op bezwaar van 2 juli 2002 eveneens vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onjuiste toetsing aan de WRO.