ECLI:NL:RVS:2003:AF6732
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E.A. Alkema
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij gedoogbesluit
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf waarin werd gedoogd dat een hoofdgebouw bij een nieuw attractiepark werd afgebouwd, ondanks afwijking van de verleende bouwvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad van State oordeelde dat het gedoogbesluit van 23 juni 2000 slechts voor één jaar van kracht was en deze termijn was verstreken, waardoor appellant geen belang meer had bij het hoger beroep.
Verder stelde de Raad vast dat latere besluiten van het college, waaronder een nieuw gedoogbesluit en een verleende bouwvergunning, niet in geschil waren en dat het eerdere gedoogbesluit inmiddels onherroepelijk was geworden. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Ten overvloede overwoog de Raad dat de omstandigheden in het gedoogbesluit niet zodanig bijzonder waren dat het college terecht had afgezien van handhavend optreden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 2 april 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang van appellant.