ECLI:NL:RVS:2003:AF6720
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- A.W.M. Bijloos
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging weigering omzetting voorwaardelijke toevoeging in definitieve toevoeging
In deze zaak stond de vraag centraal of de Raad voor Rechtsbijstand terecht had geweigerd een voorwaardelijke toevoeging om te zetten in een definitieve toevoeging voor rechtsbijstand aan verzoeker in een geschil over boedelscheiding.
De voorwaardelijke toevoeging was verleend op 15 september 1998 en de rechtsbijstand werd beëindigd nadat het geschil bij comparitie op 30 maart 2000 was beëindigd. De Raad voor Rechtsbijstand had geweigerd de toevoeging definitief te maken omdat zij meende dat de financiële draagkracht van verzoeker was toegenomen en het vrijgestelde vermogen volgens artikel 34 van Pro de Wrb werd overschreden.
De rechtbank vernietigde deze weigering en stelde dat de financiële situatie van verzoeker op het moment van beëindiging van de rechtsbijstand bepalend is, en dat het vermogen niet boven de vrijstellingsgrens uitkwam. De Raad voor Rechtsbijstand ging hiertegen in hoger beroep, maar de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de Raad zich ten onrechte had beroepen op schulden die niet meer bestonden bij beëindiging van de rechtsbijstand.
De Afdeling concludeerde dat de weigering om de voorwaardelijke toevoeging om te zetten in een definitieve toevoeging onterecht was en wees het hoger beroep van de Raad af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Raad voor Rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.