ECLI:NL:RVS:2003:AF6712
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking vergunning grondwaterwet wegens ontbreken bezwaar
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft op 31 mei 2002 een vergunning krachtens de Grondwaterwet ingetrokken wegens niet-gebruik gedurende vier achtereenvolgende jaren. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat voor het besluit geen voorbereidingsprocedure volgens afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht is gevolgd, waardoor appellant eerst bezwaar had moeten maken voordat beroep kon worden ingesteld.
Omdat appellant geen bezwaarschrift heeft ingediend, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het beroepschrift wordt met toepassing van artikel 6:15, tweede lid, Awb doorgezonden aan verweerder als bezwaarschrift. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, en appellant krijgt het betaalde griffierecht vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van het volgen van de juiste procedure bij bestuursrechtelijke geschillen en bevestigt dat het niet indienen van bezwaar kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand ingediend bezwaarschrift.