ECLI:NL:RVS:2003:AF6380

Raad van State

Datum uitspraak
26 maart 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200203262/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Th.G. Drupsteen
  • H.Ph.J.A.M. Hennekens
  • J.G.C. Wiebenga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet milieubeheer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen vergunning voor afvalstoffeninrichting te Almelo ongegrond verklaard

Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 18 april 2002 een vergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een afvalstoffeninrichting op een perceel te Almelo. Deze vergunning werd ter inzage gelegd op 3 mei 2002. Appellanten dienden op 13 juni 2002 beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State.

Tijdens de zitting op 20 maart 2003 verschenen partijen, waarbij appellanten zich beperkten tot verwijzing naar eerder ingebrachte bedenkingen tegen het ontwerpbesluit. Verweerder had in het bestreden besluit op deze bedenkingen gereageerd. Appellanten konden geen nieuwe of aanvullende gronden aanvoeren waaruit bleek dat de weerlegging van hun bedenkingen onjuist was.

De Raad van State oordeelde dat de bezwaren onvoldoende waren onderbouwd en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2003.

Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de afvalstoffeninrichting is ongegrond verklaard.

Uitspraak

200203262/1.
Datum uitspraak: 26 maart 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellanten], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Overijssel,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 18 april 2002, kenmerk EMT/2001/3283, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een afvalstoffeninrichting op het perceel [locatie 1] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Almelo. Dit besluit is op 3 mei 2002 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 13 juni 2002, bij de Raad van State ingekomen per telefaxbericht van 14 juni 2002, beroep ingesteld.
Bij brief van 1 augustus 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 maart 2002, waar appellanten, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. D. van Grieken, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Appellanten hebben zich in het beroepschrift beperkt tot het verwijzen naar de tegen het ontwerp van het besluit ingebrachte bedenkingen. In de considerans van het bestreden besluit is verweerder ingegaan op deze bedenkingen. Appellanten hebben noch in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende bedenkingen in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Ook voor het overige is niet gebleken dat die weerlegging van de bedenkingen onjuist zou zijn.
2.2. Het beroep is ongegrond.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, Voorzitter, en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens en mr. J.G.C. Wiebenga, Leden, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.
w.g. Drupsteen w.g. Taal
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2003
325.