ECLI:NL:RVS:2003:AF5614
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling bouwvergunning tuinhuisje bij tweede bedrijfswoning
Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk verleende op 30 januari 2001 een bouwvergunning en vrijstelling voor het bouwen van een tuinhuisje op een perceel met een tweede bedrijfswoning. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en later door de rechtbank te Zutphen ongegrond werd verklaard.
Appellanten voerden aan dat de bouwvergunning in strijd was met artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en dat het bestemmingsplan niet op het perceel van toepassing was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er geen sprake was van een eerdere afwijzing en dat het bestemmingsplan correct was toegepast.
Verder werd vastgesteld dat het bouwplan niet in overeenstemming was met de planvoorschriften vanwege een reeds bestaand bijgebouw, maar dat het college bevoegd was vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De Afdeling vond dat het college de belangen in redelijkheid had afgewogen en dat de vrijstelling terecht was verleend en gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.