ECLI:NL:RVS:2003:AF5610
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering beroep tegen sloopvergunning ondanks asbestonderzoek en beslistermijn
Appellanten stelden beroep in tegen het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven na het verlenen van een sloopvergunning voor woningen en loodsen. Zij voerden aan dat het asbestonderzoek onvoldoende was en dat de beslistermijn voor de vergunning niet was nageleefd, waardoor de vergunning onrechtmatig zou zijn verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het asbestinventarisatierapport weliswaar niet voldeed aan de formele eisen, maar het college zich terecht op het standpunt kon stellen dat het rapport voldeed aan de alternatieve bewijsregels van de bouwverordening. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de beslistermijn een termijn van orde is, waardoor het college ook na het verstrijken van die termijn nog kon besluiten.
De Raad van State onderschreef deze overwegingen en verwierp het hoger beroep van appellanten. Het hoger beroep leidde niet tot een ander oordeel dan dat van de rechtbank. De uitspraak van 15 augustus 2002 werd daarmee bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.