ECLI:NL:RVS:2003:AF5588
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.G.C. Wiebenga
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschriften lozing cadmium en wijziging termijnen milieuvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het hoogheemraadschap van Rijnland een milieuvergunning verleend aan appellante voor het lozen van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, inclusief verontreinigd hemelwater, in oppervlaktewater. Appellante stelde beroep in tegen het besluit, met name tegen de lozingsnormen voor cadmium en de termijnen voor het aanleveren van onderzoeksrapporten en maatregelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de lozingsnorm voor cadmium onvoldoende was onderbouwd omdat deze was gebaseerd op een onjuist debiet van de ONO-installatie. Verweerders hadden de norm berekend op basis van een hoger debiet dan het werkelijke, waardoor de concentratie-eisen te streng waren. Ook werden de termijnen voor het aanleveren van onderzoeksrapporten en implementatie van maatregelen als onredelijk kort beoordeeld.
De Afdeling vernietigde daarom de voorschriften over de cadmiumnormen en de termijnen in de vergunning en bepaalde dat verweerders een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De termijnen voor rapportage en maatregelen werden verlengd tot 1 juni 2003. Daarnaast werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en feitelijk onderbouwde besluitvorming bij milieuvergunningen, waarbij actuele en juiste gegevens moeten worden gebruikt en redelijke termijnen moeten worden gehanteerd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt delen van de vergunning en stelt nieuwe termijnen vast voor rapportage en maatregelen.