ECLI:NL:RVS:2003:AF5575
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vergunning voor onttrekking grondwater ter bescherming houten paalfunderingen
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende op 23 juli 2002 een vergunning aan een vergunninghoudster voor het onttrekken van grondwater op een locatie. Appellanten dienden hiertegen beroep in bij de Raad van State, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met bouwactiviteiten en dat de grondwaterstand onjuist was vastgesteld, met mogelijke schade aan houten paalfunderingen van hun woningen.
De Raad van State oordeelde dat het beroep inzake onvoldoende rekening houden met bouwactiviteiten niet-ontvankelijk was omdat appellanten geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingebracht. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste vervolgens de inhoudelijke gronden en stelde vast dat verweerder zich had gebaseerd op langdurige meetgegevens van de grondwaterstand sinds 1972, wat een redelijke methode is.
Voorschriften in het besluit verplichten monitoring van de grondwaterstand en het nemen van maatregelen als de grondwaterstand onder een bepaald niveau daalt. De Afdeling concludeerde dat met deze maatregelen schade aan de houten paalfunderingen kan worden voorkomen. Het beroep werd daarom voor het overige ongegrond verklaard. Appellanten kunnen bij eventuele schade een schadevergoeding verzoeken op grond van de Grondwaterwet.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.