ECLI:NL:RVS:2003:AF5574
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning grondwateronttrekking voor beregening in Noord-Brabant
Appellant verzocht om een vergunning voor het onttrekken van grondwater op 45 meter diepte tot een capaciteit van 35 m3 per uur voor het beregenen van gewassen op zijn perceel. De provincie Noord-Brabant weigerde deze vergunning op grond van het standstill-beleid dat sinds 1998 geldt, waarbij geen extra onttrekkingen voor beregening worden toegestaan.
Appellant stelde dat het een bijzonder geval betrof omdat hij het perceel had gekocht in de veronderstelling dat de benodigde vergunningen al waren verleend en dat beregening noodzakelijk is voor zijn bedrijfsvoering. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het standstill-beleid, gericht op het voorkomen van verdroging en het reserveren van grondwater voor hoogwaardige doeleinden, niet onredelijk noch onduidelijk is.
De Afdeling stelde vast dat de weigering van de vergunning in overeenstemming is met het provinciale beleid en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor grondwateronttrekking wordt ongegrond verklaard.