ECLI:NL:RVS:2003:AF5568
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid vreemdelingenbewaring ondanks authentiek paspoort
Appellante werd op 3 december 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het gebruik van een vermeend vervalst paspoort. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de bewaring. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat de minister op basis van een proces-verbaal van de technische recherche mocht aannemen dat het paspoort vervalst was, omdat een pasfoto was vervangen. Hoewel later op 12 december 2002 het Griekse consulaat meldde dat het paspoort authentiek was en de minister daarop de bewaring opheefde, was de initiële inbewaringstelling gerechtvaardigd.
De Raad verwierp het verweer dat de minister de rechtbank onverwijld had moeten informeren over de authenticiteit van het paspoort. De rechtbank hoefde het beleid voor gemeenschapsonderdanen niet toe te passen omdat het paspoort als vervalst werd beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de vreemdelingenbewaring ondanks later vastgesteld authentiek paspoort.