ECLI:NL:RVS:2003:AF5007
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Korthals Altes
- H.G. Lubberdink
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Staatssecretaris inzake vergunning uitzaaien mosselen uit niet-boreale gebieden in Oosterschelde
Appellante, Delisea B.V., verzocht om een vergunning voor het uitzaaien van oesters en mosselen uit het Ierse Wexford Harbour in de Oosterschelde. De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellante dat het verbod onterecht was omdat de mosselen uit de Ierse Zee vergelijkbaar zijn met die uit de Oosterschelde en de Noordzee, en dat de nationale regelgeving niet bevoegd was vanwege uitputtende Europese regelgeving.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het verbod een belemmering vormt van het vrije verkeer van goederen, maar dat nationale maatregelen mogelijk zijn indien deze binnen de Europese kaders passen en proportioneel zijn. De Staatssecretaris kon echter onvoldoende onderbouwing geven voor het verbod, beriep zich slechts op algemene belangen en het voorzorgsbeginsel zonder concreet bewijs of overleg met Ierse autoriteiten.
De Afdeling oordeelde dat het besluit niet voldoet aan het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. De Staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de uitspraak. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van de Staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.