ECLI:NL:RVS:2003:AF4754

Raad van State

Datum uitspraak
19 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200205166/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • R.E.A. Matulewicz
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken belang bij schadevergoeding na verbetering toegang perceel

Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel om toestemming voor het gebruik van een gedeelte van de Kingmatille te Zweins ter verbetering van de toegang tot haar perceel en om op te treden tegen het gebruik door bewoners van een weggedeelte. Het college wees dit verzoek af, waarna appellante bezwaar maakte. Het college verklaarde het bezwaar gedeeltelijk niet-ontvankelijk en ongegrond voor het overige. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op het uitblijven van een beslissing op bezwaar en ongegrond voor het overige.

Appellante stelde dat zij schade had geleden door het tijdelijk niet kunnen gebruiken van haar perceel en vorderde vergoeding daarvan. De Raad van State oordeelde dat appellante onvoldoende had gesteld om aan te nemen dat er sprake was van schade die voor vergoeding in aanmerking kwam. Bovendien was het college op 15 juni 2001 alsnog aan de bezwaren tegemoet gekomen door de toegang te verbeteren.

Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een belang bij het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 19 februari 2003.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang bij het beroep.

Uitspraak

200205166/1.
Datum uitspraak: 19 februari 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank te Leeuwarden van 10 september 2002 in het geding tussen:
appellante
en
het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel.
1. Procesverloop
Bij besluit van 7 november 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel (hierna: het college) een verzoek van appellante om toestemming voor het gebruik van een gedeelte van de Kingmatille te Zweins ter verbetering van de toegang tot haar perceel en een verzoek om tegen het gebruik dat de bewoners van [locatie] van dit weggedeelte maken op te treden afgewezen.
Bij besluit van 27 maart 2001 heeft het college het daartegen door appellante gemaakte bezwaar gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond.
Bij uitspraak van 10 september 2002, verzonden op 11 september 2002, heeft de rechtbank te Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard, voorzover het betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing op bezwaar en voor het overige ongegrond. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 september 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 31 oktober 2002 heeft het college van antwoord gediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 januari 2002, waar partijen niet zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Niet in geschil is dat het college op 15 juni 2001 alsnog aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. Appellante betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet op haar verzoek om vergoeding van de door haar als gevolg van het tot die dag niet kunnen gebruiken van haar perceel ondervonden schade heeft beslist.
2.2. Appellante heeft niet voldoende gesteld om aan te nemen dat van schade die voor vergoeding in aanmerking kan komen sprake is. Zij heeft slechts gesteld dat zij hinder heeft ondervonden als gevolg van de beperkte toegang tot haar perceel. Onder die omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat met het hoger beroep enig belang is gemoeid.
2.3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Matulewicz
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2003
383.