ECLI:NL:RVS:2003:AF4695
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling parkeervoorzieningen en bouwplan binnen bestemmingsplan Brunssum
Het college van burgemeester en wethouders van Brunssum verleende op 12 maart 2001 een vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van 61 woningen met parkeergarage op een perceel in Brunssum. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bezwaar en de heroverweging van het besluit door het college niet in strijd waren met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het bestemmingsplan 'Centrum, 1e herziening' voorziet in gemengde doeleinden met specifieke parkeervoorschriften, waaronder een maximale vrijstelling van 25% van de parkeernorm. De Raad oordeelde dat het college terecht de parkeernorm voor woningen bestemd voor tweepersoonshuishoudens hanteerde en dat de verleende vrijstelling voor bovengrondse parkeervoorzieningen binnen de toegestane marge viel.
Verder stelde de Raad vast dat de belangenafweging van het college, waarbij ook rekening werd gehouden met elders op eigen terrein gerealiseerde parkeerplaatsen, redelijk was. Er was geen sprake van strijd met het bestemmingsplan of onredelijkheid in het besluit. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.