ECLI:NL:RVS:2003:AF3516
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M. Oosting
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning milieubeheer scheepswerf wegens onvoldoende milieubescherming
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende op 4 december 2001 een revisievergunning aan een scheepswerf in Maastricht. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht stelde beroep in tegen dit besluit vanwege milieutechnische bezwaren.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning onvoldoende voorschriften bevatte om verontreiniging van het oppervlaktewater te voorkomen, terwijl Rijkswaterstaat had aangegeven dat een aparte vergunning op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewater niet nodig is indien dergelijke voorschriften zijn opgenomen. Daarnaast werd vastgesteld dat bij het akoestisch onderzoek ten onrechte geen toeslag van 5 dB voor impulsachtig geluid was toegepast, terwijl dit geluid op relevante beoordelingsplaatsen wel hoorbaar is.
Andere bezwaren, zoals het toepassen van dezelfde beschermende maatregelen voor de zuurstoftank als voor de propaantank, het plaatsen van een geluidscherm en strengere voorschriften voor zondagen en feestdagen, werden door de Raad van State ongegrond verklaard.
De vergunning werd daarom gedeeltelijk vernietigd en het college van gedeputeerde staten opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: De vergunning is gedeeltelijk vernietigd wegens het ontbreken van voorschriften ter voorkoming van verontreiniging van oppervlaktewater en het niet toepassen van een straffactor voor impulsachtig geluid.