ECLI:NL:RVS:2003:AF2895
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.M. van Angeren
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing voor houden bedreigde uitheemse primaten
Appellant verzocht om ontheffing voor het houden van gekweekte dwergzijdeaapjes (Cebuella Pygmaea), opgenomen in de bijlage van het Besluit bedreigde uitheemse diersoorten. De Staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten (Wet budep) en het bijbehorende Besluit, die het houden van deze soorten verbieden ter bescherming van wilde populaties.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling overweegt dat het verbod en het beleid van de Staatssecretaris, geen ontheffing te verlenen aan particulieren voor het houden van apen en halfapen, gerechtvaardigd zijn vanwege het belang van het behoud van wilde populaties en het voorkomen van roof uit de natuur.
Appellant voerde aan dat gekweekte dieren geen bedreiging vormen, maar dit verweer wordt verworpen omdat het beleid en de aanwijzing van de soorten in het Besluit redelijk zijn. De Afdeling ziet geen bijzondere omstandigheden die het beleid onredelijk maken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ontheffing bevestigd.