ECLI:NL:RVS:2002:BB5312
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende onderbouwing opvangmogelijkheden
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, welke door de minister van Buitenlandse Zaken is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Afdeling bestuursrechtspraak deze uitspraak vanwege procedurele onjuistheden en onvoldoende onderbouwing van appellante.
De rechtbank had het onderzoek heropend en appellante verzocht relevante stukken over de woonsituatie van haar dochter in Marokko te overleggen. Appellante heeft deze stukken niet tijdig en voldoende overgelegd. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het onderzoek heeft gesloten zonder toestemming van partijen, wat niet verenigbaar is met artikel 8:57 Awb Pro.
Inhoudelijk is van belang dat een verblijfsvergunning voor vreemdelingen van 65 jaar en ouder die alleenstaand zijn in het land van herkomst en bij hun kinderen in Nederland willen verblijven, slechts wordt verleend indien vrijwel alle kinderen rechtmatig in Nederland verblijven en er geen kind in het land van herkomst woont dat kan voorzien in de opvang. Appellante heeft onvoldoende aangetoond dat haar dochter in Marokko niet in staat is haar op te vangen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van opvangmogelijkheden.