ECLI:NL:RVS:2002:AF6073
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning op grond van Dublin-overeenkomst
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen omdat Italië volgens de Dublin-overeenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Appellant voerde aan dat het claimakkoord van de Italiaanse autoriteiten vervalst was en dat de correctie van de geboortedatum niet als verbetering kon worden gezien.
De Raad van State oordeelde dat de Italiaanse autoriteiten het verzoek tot overname van de asielaanvraag rechtsgeldig hadden aanvaard en dat de correctie een kennelijke verschrijving betrof. De staatssecretaris hoefde zich niet te vergewissen van de juistheid van de verantwoordelijkheid van Italië, behalve in zeer bijzondere omstandigheden die hier niet aanwezig waren.
Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.