ECLI:NL:RVS:2002:AF6069
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die zijn beroep tegen de afwijzing van een herhaalde aanvraag verblijfsvergunning asiel ongegrond verklaarde. Volgens artikel 4:6 Awb Pro moet een aanvrager nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vermelden bij een nieuwe aanvraag na een afwijzing.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een heroverweging van het eerdere, in rechte onaantastbare besluit rechtvaardigen. Appellant stelde dat recente persberichten een verslechterde situatie in het noorden van Somalië aantoonden, maar de Afdeling oordeelde dat deze berichten geen concrete aanwijzingen bevatten die de juistheid van eerdere ambtsberichten in twijfel trekken.
De staatssecretaris mocht zich op de ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken baseren, die op objectieve en inzichtelijke wijze zijn opgesteld. De Afdeling vond geen grond om te veronderstellen dat het verblijf in het noorden van Somalië een situatie van bijzondere hardheid oplevert.
Andere klachten van appellant, zoals het niet meenemen van een eerdere uitspraak en de afwijzing van de aanvraag in het aanmeldcentrum, werden eveneens verworpen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.