ECLI:NL:RVS:2002:AF3796
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na verblijf in derde land
Appellant heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie op 1 november 2001 is afgewezen. De rechtbank te ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 10 september 2002. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat appellant in hoger beroep geen nieuwe grieven mag aanvoeren die niet binnen de beoordeling van het bestreden besluit door de rechtbank vallen. Tevens wordt bevestigd dat het beleid zoals neergelegd in paragraaf C1/5.12 van de Vreemdelingencirculaire 2000, waarin wordt uitgegaan van de mogelijkheid van terugkeer naar het derde land Guinee, niet onrechtmatig is en niet in strijd met de Algemene wet bestuursrecht of internationale verdragen.
Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hem de toegang tot Guinee zal worden geweigerd, terwijl hij daar eerder zonder problemen verbleef. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.