ECLI:NL:RVS:2002:AF2865
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en beoordeling redelijk vermoeden illegaal verblijf in tippelzone
Appellante werd op 24 september 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege een redelijk vermoeden van illegaal verblijf, gebaseerd op politieonderzoek in een tippelzone waar illegaal verblijvende prostituees actief zijn. De rechtbank wees een verzoek om schadevergoeding af, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het proces-verbaal van de politie, waarin 90 incidentmeldingen over de tippelzone werden geregistreerd, voldoende basis bood voor het redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Dit vermoeden kon mede worden gebaseerd op ervarings- en omgevingsgegevens zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000. Het feit of appellante daadwerkelijk aan het werk was, hoefde niet te worden vastgesteld.
Verder stelde de Afdeling vast dat de rechtbank ten onrechte niet op het beroep van appellante had beslist en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. Het hoger beroep werd kennelijk gegrond verklaard, waarbij de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het beroep niet ongegrond was verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het redelijk vermoeden van illegaal verblijf bevestigd.