ECLI:NL:RVS:2002:AF2438
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.M.H. Hirsch Ballin
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over waterverdeelplan Turfvaart-Weerijs en belangenafweging
Appellanten voerden bezwaar tegen het waterverdeelplan Turfvaart-Weerijs, met name tegen het plaatsen van een stuw, aanleg van een retentiebekken en het verhogen van beekbodems, uit vrees voor vernatting van hun landbouwgronden. Gedeputeerde staten handhaafden het plan na hernieuwde besluitvorming, gebaseerd op uitgebreide gegevens en berekeningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gebruikte berekeningsmodellen en uitgangspunten voldoende betrouwbaar zijn en dat de maatregelen niet leiden tot een noemenswaardige verslechtering van de situatie. Ook is toegezegd dat de uitvoering van maatregelen wordt afgestemd op het landbouwkundig gebruik en dat compenserende maatregelen worden getroffen.
De belangenafweging door gedeputeerde staten is volgens de Afdeling redelijk en evenwichtig, waarbij zij meer gewicht mochten toekennen aan het waterbeheer dan aan de bezwaren van appellanten. De rechtbank had ditzelfde oordeel al gegeven. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.