ECLI:NL:RVS:2002:AF2315
Raad van State
- Kort geding
- R. Cleton
- J.J.C. Voorhoeve
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en gedeeltelijke afwijzing van bestemmingsplan Buitengebied Etten-Leur
In deze zaak staat het bestemmingsplan "Buitengebied" van de gemeente Etten-Leur centraal, vastgesteld op 29 oktober 1998 en goedgekeurd door gedeputeerde staten van Noord-Brabant op 25 mei 1999. Diverse appellanten, waaronder agrariërs, belangenverenigingen en de ZLTO, hebben beroep ingesteld tegen delen van dit plan en de goedkeuring daarvan.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de beroepen inhoudelijk getoetst aan het provinciale ruimtelijke beleid en het streekplan Noord-Brabant. Hierbij is onder meer gekeken naar de bestemming van agrarische gebieden, de mogelijkheden voor glastuinbouw, de bescherming van natuur- en landschapswaarden, en de wijzigingsbevoegdheden binnen het plan. Verschillende onderdelen van het plan, zoals de maximale oppervlaktemaat voor kassen, de aanlegvergunningen voor bepaalde werken en de ruimtelijke begrenzing van wijzigingsbevoegdheden, zijn aan de orde gekomen.
De Afdeling oordeelt dat gedeputeerde staten terecht goedkeuring hebben onthouden aan onderdelen die in strijd zijn met het provinciaal beleid, zoals de nieuwvestiging en omschakeling naar glastuinbouw buiten aangewezen ontwikkelingsgebieden. Ook is vastgesteld dat het plan onvoldoende objectieve begrenzingen bevat voor bepaalde wijzigingsbevoegdheden, waardoor goedkeuring terecht is onthouden. Daarnaast is vastgesteld dat het plan onvoldoende gemotiveerd is ten aanzien van de bescherming van bepaalde vogelsoorten, waardoor vernietiging van dat deel van het besluit noodzakelijk is.
Voor andere onderdelen, waaronder de bestemmingen voor agrarische bedrijven, natuurgebieden en de regeling van aanlegvergunningen, is geoordeeld dat het plan in overeenstemming is met het geldende beleid en recht, en zijn de beroepen ongegrond verklaard. De Afdeling legt tevens een proceskostenveroordeling op aan gedeputeerde staten ten gunste van een appellant.
De uitspraak leidt tot gedeeltelijke vernietiging van het besluit van gedeputeerde staten en onthouding van goedkeuring aan bepaalde plandelen en planvoorschriften, waarbij de uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor die onderdelen.
Uitkomst: Het besluit van gedeputeerde staten wordt gedeeltelijk vernietigd en goedkeuring onthouden aan bepaalde plandelen en planvoorschriften wegens strijd met goede ruimtelijke ordening en onvoldoende motivering.