ECLI:NL:RVS:2002:AF2132
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning vanwege onaanvaardbare cumulatie van stankhinder bij pluimveehouderij
Verweerders hebben bij besluit van 16 januari 2002 geweigerd een vergunning te verlenen voor de uitbreiding van een pluimveehouderij met 74.560 legkippen, vanwege de cumulatieve stankhinder op een nabijgelegen woning. Appellant betoogde dat verweerders onjuist hadden gehandeld door niet opnieuw een ontwerpbesluit ter inzage te leggen en dat het gehanteerde rapport niet de meest recente milieutechnische inzichten bevatte.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat geen wettelijke verplichting bestond tot hernieuwde terinzagelegging en dat appellant hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. Verweerders mochten zich baseren op het rapport “Beoordeling cumulatie stankhinder door intensieve veehouderij” en hadden een zekere beoordelingsvrijheid. Het rekenmodel in het rapport vereist optelling van relatieve bijdragen van stankbronnen binnen 1000 meter.
Uit het deskundigenbericht bleek dat de cumulatieve stankbelasting op de woning reeds boven de norm van 1,5 lag en dat uitbreiding de situatie verder zou verergeren. De relatieve bijdrage van de inrichting was niet verwaarloosbaar. Ook was onvoldoende vastgesteld dat nabijgelegen veehouderijen zouden worden beëindigd. De Afdeling concludeerde dat de weigering van de vergunning terecht was vanwege onaanvaardbare cumulatie van stankhinder.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt geweigerd vanwege onaanvaardbare cumulatie van stankhinder.