ECLI:NL:RVS:2002:AF2127
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging vergunning woonbootligplaats wegens afwijking ligplaatsenkaart
Burgemeester en wethouders van Opsterland verleenden vergunningen voor het innemen van ligplaatsen met woonboten op locaties die afweken van de ligplaatsenkaart zoals opgenomen in de Algemene politieverordening (APV). Bewoners van het nabijgelegen pand maakten bezwaar tegen deze vergunningen, waarna de rechtbank de vergunningen vernietigde omdat de vergunningen niet strookten met de dwingende bepalingen van de ligplaatsenkaart in de APV.
Appellanten stelden dat de ligplaatsenkaart slechts indicatief was en dat de gewijzigde kaart van 2 juli 2001 de vergunningverlening rechtvaardigde. De Raad van State oordeelde dat de ligplaatsenkaart integraal onderdeel is van de APV en dat artikel 5.3.1.2 van de APV dwingend voorschrijft dat vergunningen alleen kunnen worden verleend voor ligplaatsen die exact op de kaart zijn aangegeven.
De Raad van State verwierp het beroep en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de vergunningen niet verleend hadden mogen worden vanwege de afwijking tussen de werkelijke ligplaatsen en de kaart. Ook het beroep op beleidsvrijheid en artikel 8:72 van Pro de Algemene wet bestuursrecht werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vernietiging van de vergunningen bevestigd.