ECLI:NL:RVS:2002:AF2101
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning lozing oppervlaktewater wegens onvoldoende motivering voorschrift opvangvoorziening
Het waterschap Velt en Vecht verleende op 10 januari 2002 een Wvo-vergunning aan DSM Engineering Plastics voor lozingen op het oppervlaktewater. De Stichting Milieufederatie Drenthe stelde beroep in tegen het besluit, stellende dat een opvangvoorziening voor calamiteiten ontbrak.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning voorschriften moet bevatten die de nadelige milieugevolgen voorkomen of zoveel mogelijk beperken. Hoewel organisatorische maatregelen en voorschriften waren opgenomen, ontbrak een concrete verplichting tot een opvangvoorziening die minstens 24 uur afvalwater kan bergen.
De door DSM uitgevoerde risicoanalyses waren niet onderdeel van de vergunningaanvraag en week af van het Proteus-model dat later gangbaar werd. Het voorschrift 7, tweede lid, dat aandacht aan calamiteiten moest besteden, was onvoldoende gemotiveerd en schoot tekort.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover het voorschrift 7, tweede lid betreft, en het waterschap opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het voorschrift 7, tweede lid, betreft, met opdracht tot nieuw besluit binnen acht weken.