ECLI:NL:RVS:2002:AF2094
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- H. Beekhuis
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Gedeputeerde Staten Zuid-Holland herroepen besluit saneringsplan en vaststelling ernst en urgentie bodemverontreiniging
Appellante maakte bezwaar tegen de instemming van rechtswege met het saneringsplan voor het noordelijk deel van een perceel te Zuid-Holland. De Afdeling oordeelde dat de instemming van rechtswege op 24 november 1999 plaatsvond en dat het besluit van 28 april 2000 onbevoegd was genomen omdat het na die datum werd genomen. Het bezwaar tegen dit besluit werd daarom ontvankelijk verklaard.
Verder stelde appellante dat het saneringsplan ten onrechte betrekking had op slechts een deel van de verontreinigde locatie, terwijl volgens haar het gehele geval gesaneerd moest worden. De Afdeling stelde vast dat het saneringsplan ongeveer 40% van het geval betrof, maar dat dit gerechtvaardigd was omdat de verontreiniging immobiel is en geen verspreidingsgevaar oplevert. Monitoring vindt plaats om dit te controleren.
Appellante voerde ook aan dat de ernst en urgentie van de bodemverontreiniging niet zorgvuldig vastgesteld konden worden zolang aanvullend onderzoek ontbreekt. De Afdeling oordeelde dat de vaststelling van ernstige verontreiniging en urgentie, met de voorwaarde dat binnen drie maanden opnieuw wordt vastgesteld op basis van nader onderzoek, verenigbaar is met de wet. Inmiddels is vastgesteld dat het een ernstige maar niet urgente verontreiniging betreft.
De Afdeling verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond door het besluit van 28 april 2000 te herroepen, en het beroep voor het overige ongegrond. Tevens werd gedeputeerde staten van Zuid-Holland veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 28 april 2000 is herroepen wegens onbevoegdheid, het beroep is voor het overige ongegrond verklaard en proceskosten zijn toegewezen.