ECLI:NL:RVS:2002:AF2091
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- I. Sluiter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering bouwvergunning wegens ontbrekende vrijstelling Wro
Appellant had bij burgemeester en wethouders van Drimmelen een vergunning aangevraagd voor het bouwen van een woning en het veranderen van een woning tot berging op een perceel. Deze vergunning werd verleend, maar na bezwaar verklaarde het college het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij zelf de vergunning weigerde zonder te onderzoeken of een vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) mogelijk was.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte zonder voorafgaande beoordeling van de mogelijkheid tot vrijstelling zelf de vergunning heeft geweigerd. Volgens artikel 46, derde lid, van de Woningwet had eerst moeten worden onderzocht of de gemeenteraad van Drimmelen bevoegd was een vrijstelling te verlenen. De rechtbank mocht niet zelf in de plaats van het college treden en de vergunning weigeren.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het gebruik maakte van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en wordt het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De gemeente dient het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd, het college dient een nieuw besluit te nemen.