ECLI:NL:RVS:2002:AF2085
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- G.A. Posthumus
- J.J. Vis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuring bestemmingsplan Zeegebied 1999 wegens onvoldoende toetsing Vogel- en Habitatrichtlijn
De gemeenteraad van Den Helder stelde op 4 april 2001 het bestemmingsplan Zeegebied 1999 vast, dat door gedeputeerde staten van Noord-Holland gedeeltelijk werd goedgekeurd op 16 oktober 2001. Diverse appellanten, waaronder milieu- en havenverenigingen en de gemeente Den Helder, stelden beroep in tegen het besluit tot goedkeuring.
De Raad van State oordeelde dat gedeputeerde staten terecht goedkeuring onthielden aan planonderdelen die een parkeerlocatie voor boorplatforms in de Waddenzee mogelijk maakten, omdat deze in strijd waren met het rijks- en provinciaal beleid dat het grootschalige en open karakter van het landschap wil beschermen. De parkeermogelijkheid was onterecht voor onbepaalde tijd toegestaan terwijl het beleid een tijdelijke regeling voorschrijft.
Verder oordeelde de Raad dat gedeputeerde staten onvoldoende hadden onderzocht of het bestemmingsplan voldeed aan de verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Habitatrichtlijn, met name inzake de bescherming van speciale beschermingszones en de milieu-effectprocedures. Hierdoor was het besluit in strijd met de zorgvuldigheid die bij besluitvorming vereist is. De Raad vernietigde daarom het besluit voor zover het goedkeuring verleende aan bepalingen die beroepsvisserij, schelpenwinning, militaire activiteiten en een onderwaterzanddepot toestonden zonder voldoende toetsing.
De beroepen van de andere appellanten werden ongegrond verklaard. Gedeputeerde staten werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 1.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan is gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met de Vogel- en Habitatrichtlijn en onvoldoende toetsing van milieueffecten.