ECLI:NL:RVS:2002:AF2083
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor melkrundveehouderij niet onrechtmatig ondanks bezwaren stank- en geluidshinder
Bij besluit van 12 februari 2002 verleenden burgemeester en wethouders van Boarnsterhim een milieuvergunning aan een vergunninghouder voor het oprichten en exploiteren van een melkrundveehouderij op een specifiek perceel. Appellanten, wonende nabij de inrichting, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege vermeende misleiding over het aantal dieren en bezwaren tegen stank- en geluidshinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is voor het punt van het misleidende karakter van het besluit, omdat appellanten geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingebracht en er geen uitzonderlijke omstandigheden waren. Ten aanzien van stankhinder werd vastgesteld dat de inrichting voldoet aan de minimale afstandseisen volgens de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996, waardoor onaanvaardbare hinder niet aannemelijk is.
Ook de geluidhinder werd beoordeeld aan de hand van de Handreiking industrielawaai en de circulaire Industrielawaai, waarbij de vergunning voorschriften bevat die de geluidniveaus binnen de aanvaardbare grenzen houden. Het beroep over andere bezwaren, zoals de locatiekeuze en het ontbreken van een bouwvergunning, werd eveneens ongegrond verklaard. De Afdeling concludeerde dat de milieuvergunning terecht is verleend en wees het beroep voor het overige af.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard, waardoor de milieuvergunning in stand blijft.