ECLI:NL:RVS:2002:AF1750
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over onjuiste toepassing vergunningverordening
Appellant diende op 22 april 1999 een aanvraag in voor een uitwegvergunning bij burgemeester en wethouders van Maartensdijk. Na aanvankelijke afwijzing werd bij besluit van 9 oktober 2000 alsnog vergunning verleend, maar op basis van een oudere Algemene plaatselijke verordening uit 1995. De rechtbank te Utrecht vernietigde dit besluit op 18 januari 2002, omdat de juiste verordening toegepast had moeten worden.
Appellant stelde in hoger beroep dat de oudere verordening toch van toepassing was, mede vanwege de termijnoverschrijding en vermeende afwijkingen in het overgangsrecht. De Raad van State oordeelde dat de toepasselijke bepaling van de nieuwe verordening bindend is en dat het betoog van appellant faalt.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 11 december 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.