ECLI:NL:RVS:2002:AF1485
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Beekhuis
- J.R. Schaafsma
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning lozing afvalwater Waterschap Vallei en Eem
De zaak betreft het beroep van de Vereniging Geen Uitbreiding Stort tegen een vergunning verleend door het Waterschap Vallei en Eem voor het lozen van afvalwater afkomstig van een stortinrichting. De vergunning omvatte lozingen via gemeentelijke riolering en direct op oppervlaktewater, met voorschriften over maximale lozingshoeveelheden en grenswaarden voor verontreinigende stoffen.
Appellanten stelden dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, onder meer omdat voorschriften ontbraken of onvoldoende waren gemotiveerd voor run-off afvalwater, riooloverstorten, bronneringswater en lozingen op oppervlaktewater. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het waterschap onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde lozingen waren toegestaan zonder aanvullende voorschriften en dat het besluit op onderdelen strijdig was met de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling vernietigde het besluit gedeeltelijk, met name de voorschriften 2.8, 2.10, 2.11 en enkele bepalingen over lozingen van bronneringswater en waterstromen die direct op oppervlaktewater mochten worden geloosd. Het waterschap werd opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het waterschap veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit van het Waterschap Vallei en Eem is op meerdere onderdelen vernietigd.