ECLI:NL:RVS:2002:AF1464
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschriften tijdelijke opslag verontreinigde grond Bedrijvenpark Heijplaat
Bij besluit van 26 november 2001 verleenden gedeputeerde staten van Zuid-Holland een vergunning aan een besloten vennootschap voor tijdelijke opslag van verontreinigde grond op het voormalige RDM-terrein, nu Bedrijvenpark Heijplaat. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door de vergunninghouder en een inwoner. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 18 november 2002 zonder dat partijen verschenen.
De Afdeling oordeelde dat bepaalde beroepsgronden niet-ontvankelijk waren omdat deze niet als bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. Verder werden de beroepsgronden over locatiekeuze en milieu-effectrapportage ongegrond verklaard. Wel werd geoordeeld dat enkele vergunningvoorschriften, waaronder die over asbestonderzoek, registratie van verontreinigde grond en de eis van een vloeistofdichte vloer, in strijd waren met het zorgvuldigheidsbeginsel en vernietigd moesten worden.
De Afdeling bepaalde dat de voorschriften aangepast moesten worden conform voorstellen van partijen, waarbij onder meer vrijstelling van asbestonderzoek mogelijk werd gesteld en de eis van een vloeistofdichte vloer werd vervangen door een vloeistofkerende voorziening met overkapping. Het beroep van de vergunninghouder werd gegrond verklaard, dat van de inwoner ongegrond, en de provincie Zuid-Holland werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt delen van de vergunning en past voorschriften aan in het belang van een zorgvuldige besluitvorming en milieubescherming.