ECLI:NL:RVS:2002:AF1435
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Beekhuis
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten wijziging milieuregels schietinrichtingen Weert wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
De zaak betreft beroepen tegen besluiten van burgemeester en wethouders van Weert waarbij ambtshalve voorschriften aan vergunningen voor traditionele schietinrichtingen werden gewijzigd. Appellanten voerden aan dat de vergunningen onjuist waren gesplitst en dat de milieuregels, met name de kogelraapverplichtingen, onvoldoende bescherming boden tegen loodverontreiniging. De Raad stelde vast dat de terreinen aan de Ittervoorterweg en Venboordstraat als één inrichting moeten worden beschouwd, maar dat artikel 8.23 van de Wet milieubeheer geen grondslag biedt voor een gecombineerde vergunning zonder aanvraag.
Verder oordeelde de Raad dat de wijze van vaststelling van de kogelraappercentages niet in overeenstemming was met de circulaire Traditioneel schieten en dat de zogenoemde “stolpgedachte” onvoldoende was gemotiveerd. Ook ontbrak het aan een beoordeling of het beschermingsniveau nabij de afzonderlijke inrichtingen aanvaardbaar was. De Raad stelde vast dat de kogelraapverplichtingen afhankelijk zijn van medewerking van derden, wat niet zeker was gesteld, en dat de besluiten daarom in strijd waren met artikel 8.23 en het algemene rechtsbeginsel van zorgvuldigheid.
Ten slotte oordeelde de Raad dat het besluit van 13 juni 2001, waarin een verzoek tot wijziging of intrekking van voorschriften werd afgewezen, onvoldoende gemotiveerd was. De beroepen werden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en de gemeente Weert werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De besluiten van 12 december 2000 en 13 juni 2001 van burgemeester en wethouders van Weert zijn vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheid en onvoldoende motivering.