ECLI:NL:RVS:2002:AF0851
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- M. Oosting
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit geluidsvoorschriften spoorwegemplacement Enschede wegens onvoldoende termijnbepaling
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 3 september 2001 van burgemeester en wethouders van Enschede, waarbij voorschriften aan een revisievergunning voor een spoorwegemplacement zijn gewijzigd. Appellanten sub 1 klaagden over overschrijding van piekgeluidsnormen door rangeren over wissel 347 in spoor 4, met name gedurende de nachtperiode. Verweerders hadden een gefaseerde aanpak gekozen en een plan van aanpak geëist voor vervanging van de wissel, maar hadden geen concrete termijn gesteld waarbinnen geluidreducerende maatregelen moesten zijn getroffen.
De Afdeling oordeelde dat het ontbreken van een concrete termijn strijdig is met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verder werd vastgesteld dat voorschrift 6.5, dat afwijkingen voor doorgaand treinverkeer regelt, ten onrechte aan de vergunning was verbonden omdat dit onder het Besluit geluidhinder spoorwegen valt en niet onder de Wet milieubeheer. Andere klachten over klachtenbehandeling en informatieplicht faalden.
De Afdeling verklaarde het beroep van appellanten sub 1 gegrond en dat van appellante sub 2 gedeeltelijk gegrond en vernietigde het besluit voor de voorschriften 6.3, 6.4 en 6.5. Burgemeester en wethouders werden opgedragen binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen. Tevens werden proceskosten aan appellante sub 2 toegekend en griffierechten aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het besluit van burgemeester en wethouders van Enschede wordt gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en Wet milieubeheer, met opdracht tot nieuw besluit binnen zes maanden.