ECLI:NL:RVS:2002:AF0831
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- P.A. Offers
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bijdrage huursubsidie-uitgavennorm wegens strijd met EVRM artikel 7
De staatssecretaris van Volkshuisvesting stelde op grond van artikel 44 van Pro de Huursubsidiewet (Hsw) een financiële bijdrage vast aan de stichting Woningstichting Progrez wegens overschrijding van de huursubsidie-uitgavennorm in de gemeente Zwijndrecht over het subsidiejaar 1998-1999. De stichting maakte bezwaar tegen deze vaststelling, dat door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de vaststelling van de bijdrage een punitieve sanctie betreft die een financieel nadeel oplegt en daarmee onder het toepassingsgebied van artikel 7 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) valt. Artikel 44, eerste lid, Hsw, voldoet niet aan de vereiste specificiteit van artikel 7 EVRM Pro, omdat niet concreet is omschreven welk gedrag van de verhuurder tot de sanctie leidt.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de bijdrage onrechtmatig is opgelegd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de stichting, waarbij rekening werd gehouden met samenhangende zaken en de verdeling van kosten van rechtsbijstand.
Deze uitspraak benadrukt het belang van duidelijke wettelijke grondslagen bij het opleggen van sancties en de bescherming tegen straf zonder duidelijke wettelijke basis zoals vereist door artikel 7 EVRM Pro.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de vastgestelde bijdrage onrechtmatig is en vernietigt het besluit niet, maar verklaart het hoger beroep ongegrond.