ECLI:NL:RVS:2002:AF0816
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering huursubsidie wegens vermogen kinderen
Appellant, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, weigerde huursubsidie toe te kennen aan [partij] voor het tijdvak 1 juli 1999 tot 1 juli 2000 vanwege het overschrijden van de vermogensgrens, mede veroorzaakt door het vermogen van de kinderen. [Partij] had bezwaar gemaakt tegen deze beslissing, dat door appellant ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht oordeelde echter dat appellant het beroep van [partij] op de hardheidsclausule niet redelijk had mogen afwijzen en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de beleidsregel omtrent papieren vermogen, waarbij vermogen dat niet vrij beschik-baar is buiten beschouwing wordt gelaten, terecht niet was toegepast omdat de kinderen zonder BEM-clausule over het vermogen konden beschikken via de echtgenote van [partij]. De Raad van State oordeelde dat het aan [partij] was om tijdig een BEM-clausule te regelen om het vermogen buiten beschouwing te laten, en dat het niet tijdig regelen hiervan voor zijn rekening komt.
De Raad van State vond geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van [partij] werd ongegrond verklaard, waarmee de weigering tot huursubsidie stand hield.
Uitkomst: Het beroep van [partij] tegen de weigering van huursubsidie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.