ECLI:NL:RVS:2002:AF0815
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging milieuvergunning veehouderij wegens onvoldoende motivering stank- en geluidhinder
Bij besluit van 10 september 2001 verleenden burgemeester en wethouders van Ermelo een revisievergunning aan een veehouderijhouder voor het houden van diverse dieren, waarbij een deel van de aanvraag werd geweigerd. Appellanten, omwonenden, stelden beroep in tegen het besluit wegens onder meer onvoldoende beoordeling van stank-, geluid- en andere milieuhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep deels niet-ontvankelijk was omdat appellanten niet tijdig bedenkingen hadden ingebracht. Voor het overige was het beroep gegrond. De vergunningaanvraag was niet tegenstrijdig, maar verweerders hadden ten onrechte onvoldoende gemotiveerd waarom een toename van stankhinder door extra jongvee acceptabel was. Ook waren de geluidgrenswaarden voor de dagperiode onvoldoende onderbouwd en was de vergunning onjuist in het toestaan van meer geluidruimte in de avond- en nachtperiode dan aangevraagd.
Verder was de beoordeling van stankhinder door mest- en ruwvoeropslag toereikend en was er geen grond voor weigering wegens trilling- of stofhinder. De Afdeling vernietigde het besluit en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de milieuvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste vergunningvoorwaarden.