ECLI:NL:RVS:2002:AF0800
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.P. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vergoeding reistijd en reiskosten rechtsbijstandsverleners
Appellante stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, waarin werd geoordeeld dat vergoeding voor reistijd en reiskosten aan rechtsbijstandsverleners slechts kan worden toegekend indien het om werkelijk gemaakte kosten gaat en dat deze vergoeding slechts eenmaal per zaak kan worden toegekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de forfaitaire vergoeding, zoals vastgelegd in artikel 24, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, inhoudt dat per volle gereisde 60 kilometer een halve punt wordt toegekend. Deze forfaitaire vergoeding betekent niet dat meerdere vergoedingen voor dezelfde reistijd of reiskosten kunnen worden toegekend.
De Afdeling volgt de rechtbank in haar oordeel dat het besluit niet in strijd is met de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr). Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.