ECLI:NL:RVS:2002:AF0799
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- J.R. Schaafsma
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning vleesvarkensbedrijf wegens onvoldoende motivering cumulatieve stankhinder
De Stichting Brabantse Milieufederatie en anderen stelden beroep in tegen de omgevingsvergunning die burgemeester en wethouders van Tilburg verleenden voor een vleesvarkensbedrijf. De vergunning was verleend op basis van de Wet milieubeheer en werd ter inzage gelegd in december 2001.
Appellanten voerden aan dat de effecten van ammoniakdepositie op het nabijgelegen natuurgebied “De Brand” onvoldoende waren onderzocht en dat een milieu-effectrapportage (mer) had moeten worden opgesteld. De Raad stelde vast dat de ammoniakdepositie juist zou afnemen en dat de Habitatrichtlijn nog niet volledig van toepassing was vanwege het ontbreken van een definitieve communautaire lijst. Ook werd vastgesteld dat de drempelwaarde voor mer-beoordelingsplicht niet werd overschreden.
Wel oordeelde de Afdeling dat de cumulatieve stankhinder onjuist was beoordeeld. Verweerders hadden de bestaande rechten onjuist geïnterpreteerd en onvoldoende gemotiveerd waarom vergunningverlening vanuit het oogpunt van cumulatieve stankhinder gerechtvaardigd was. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en ontbrak een toereikende motivering.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de gemeente Tilburg tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor het vleesvarkensbedrijf wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent cumulatieve stankhinder.